Anka Hashin

De hemelpaarden

4 min
Netherlands
Anka Hashin

De hemelpaarden

4 min
EnglishDutch(original)

De rails lagen op slechts dertig meter van de oostelijke muur van het gebouw, precies voor het raam van 8B. Dagelijks reden hier

zware goederentreinen voorbij. Door de jaren heen wist Tanka minstens tien verschillende soorten wagons te onderscheiden.

Waar gingen ze heen? Ze hield nooit op met fantaseren.

 

Sneeuw valt

Sneeuw valt – iedereen is blaai

Dieren, mensen, allemaal

Spelen in de waai!

 

Valentina Izmaylovna sloeg haar armen over haar prominente boezem en keek naar Babaev, een jongen met dikke wenkbrauwen,

die op zijn voorhoofd een mooie boog vormden.

‘Ga zitten, Babaev, je krijgt een drie.’

‘Waaaahrom een drie, Valentina Izmaylovna?’

Het gezicht van de lerares kreeg een merkwaardige uitdrukking.

Met haar opgetrokken lippen, verticale rimpel en krullen leek ze sprekend op Beethoven, wiens stoffige buste van de entresol

over de klas loerde.

‘Poëzie is een lied, Babaev. De mu-ziek-der-wind. En jij schreeuwt als een venter op de markt!’

Babaev liet zijn ruige hoofd hangen. Hij was beledigd en slofte terug naar zijn plek. Wat kon deze Russische stokvis weten over de muziek der wind? Over hoe het ochtendlicht de lijnen van de minaretten herhaalt, hoe de dromerige zon rust op hun antieke stenen.

Ook al verkocht Babaevs moeder sappige, groene meloenen op de markt, haar rinkelende stem die echode over het zomerse plein van zijn geboortestad Samarkand was het mooiste lied dat hij als jongen gehoord had.

Tanka had medelijden met haar klasgenoot. Wat moest hij met de sneeuw, deze Aziaat met trieste wenkbrauwen!

Het meisje keek hoe de stalen rups langs de muur kroop.

Tweeëntwintig ton. Serienummer vijf. De tankwagons waren glad en glorieus. Hun langwerpige, vervuilde stookoliekorpsen leken op zwarte trekpaarden, die Tanka vanuit haar hand voerde bij het huis van haar oma.

Toen de bel eindelijk ging en het einde van de marteling zich aankondigde, begon iedereen in te pakken. Tanka ontdekte dat haar jas en sjaal van de kapstok in de kleedkamer verdwenen waren.

Na minstens een halfuur besteed te hebben aan het doorkammen van de schoollokalen, vond ze haar kledij in een van de latrines van de lagere klassen. Ze haalde de stinkende spullen uit het toilet, spoelde ze grondig uit en stopte ze in haar tas.

Het was ver in oktober en de voorbijgangers waren buitengewoon verrast door het meisje, dat gekleed was in slechts een dunne schooljurk. Vast en zeker een idioot! Waar zijn haar ouders toch mee bezig!

Babaev wachtte haar op bij het kruispunt. Tanka ging naast hem zitten op de betonnen heipalen die als reusachtige lucifers langs het spoor lagen.

‘Waar was je, Tan? Heb je het niet koud?’ vroeg hij bezorgd.

‘Welnee,’ zei Tanka knarsend met haar tanden, ‘ik ben het gewend. Thuis slaap ik altijd bij het open raam.’

‘Ook in de winter?’

‘Jawel. Als we een balkon hadden, zou ik altijd buiten slapen.’

‘In Samarkand hadden we een grote achtertuin. In de zomer sliep ik daar in mijn hangmat. Ik luisterde naar het tjilpen van de cicaden en keek graag naar de nachthemel. Hoe groot en helder zijn de sterren in Centraal-Azië… Heb je weleens gehoord over de hemelse paarden?’

‘Nooit.’

‘Soms verschijnen ze in je dromen en nemen ze je mee, ver weg.’

‘Waar gaan ze heen?’

‘Naar het einde van de aarde.’

‘De aarde heeft geen einde, dat weet je toch? De aarde is rond.’

‘Ja. Maar wat zouden we denken als wij het niet zeker wisten?’

‘Dat is waar. Vertel.’

Babaev had zijn grootmoeder dit verhaal vaak horen vertellen.

Zijn lievelingsverhaal.

‘Ooit, vele jaren geleden, woonde een wrede krijger, een machtig man, op de aarde. Hij had de allermooiste vrouwen en de schoonste paarden van een zeldzaam ras. Op een dag baarde zijn favoriete merrie een veulen, van wie het haar gloeide als de zon. Het beest groeide uit tot een hengst van een uitzonderlijke schoonheid en kracht. Al snel kreeg de man andere krijgers op bezoek. Ze kwamen uit verre oorden om met hun beste paarden tegen zijn hengst te strijden, maar geen enkel dier kon hem bijhouden. En zo liet de krijger zijn paard tegen een sapsan – de snelste valk ter wereld – strijden. Zo gezegd, zo gedaan. Het paard ging sneller dan de vogel. De rijkaard kon niet genoeg krijgen van zijn paard. Hij viel voor zijn eigen trots en beval zijn hengst de wind te verslaan. Het werd een grote strijd. Velen kwamen het duel aanschouwen en waren getuige van een schitterende wedstrijd tussen het hemelse en het aardse. De wind leek af te zwakken en iedereen dacht dat de hengst had gewonnen, maar dat was een val. De wind gooide zijn laatste krachten in de strijd en nam de prachtige hengst en de merrie, zijn moeder, met zich mee, ver weg van de hebzuchtige mensen!’

Ze zaten even stil. Babaev trok zijn trui uit, een dikke pullover uit schapenwol, gebreid door zijn overgrootoma. Hij legde hem liefdevol over Tanka’s schouders.

‘Waarheen denk je dat dit spoor leidt?’ vroeg Tanka zich af terwijl ze zich in de wol nestelde.

‘Geen idee. Waar alle sporen heen leiden.’

‘Waar dan?’

‘Naar het einde van de aarde?’

‘Zo ver?’

‘Zo ver.’

Tanka bukte zich en legde haar oor tegen de rail.

‘Wat doe je, Tan?’

‘Ik luister! Het geluid gaat tien keer sneller via staal.’

‘En? Hoor je hem, Tan?’

‘Nog niet. Maar we moeten ons haasten! Laten we naar het oude station gaan.’

Ze renden via de rails, die het koele licht van de zon weerkaatsten, langs een kronkelig beekje; de reuzenparaplu’s van de berenklauw.

Toen de laatste vrachtwagon, bedekt met een dekzeil, langs het perron kwam, zette Babaev Tanka op het opstapje en sprong er daarna zelf in.

Onder het monotone geroffel van de stalen wielen op de rails vielen de kinderen in slaap.

De eerste sterren van Pegasus lichtten langzaam op. Ze rezen vanuit het oosten en verplaatsten zich steeds hoger in de heldere hemel.

De onvermoeibare paarden van Timoer Lenk vlogen over de dromerige duinen, ver weg van huis. Waar het oosten het westen ontmoet, naar het einde van de aarde.

Your next read
Skip to content